vrijdag 28 januari 2011

Peuterperikelen

Ik herinner me dat ik, pril zwanger van Minimossel, op een avond de slaap niet kon vatten en me voorstelde hoe mijn leven er zou uit zien met een kindje. Eerst dacht ik aan zo'n klein, lief boeleke, dat heerlijk in zijn wiegje lag te slapen. Of kirrend van plezier in de wandelwagen lag, terwijl ik met hem op een idyllisch landweggetje wandelde.

Ik kon toen natuurlijk nog niet weten dat Minimossel liever bij mama en papa in bed lag 's nachts (gelukkig hadden mama en papa dat ook best graag), en dat hij liever gedragen werd in plaats van in de kinderwagen te liggen (ik geef hem geen ongelijk).  Wat ik wel kon weten, is dat er bij ons in de buurt niet echt idyllische landweggetjes zijn. Maar goed, ik was zwanger, hormonaal gedrogeerd, en ik droomde van mijn verdere leven. Veel gezond verstand was er niet bij.

Maar opeens sloeg de schrik me om het hart. Ik kreeg visioenen van een schreeuwende peuter in de supermarkt en van onophoudelijke driftbuien. Want mijn snoezige baby zou natuurlijk opgroeien tot een tweejarige met een eigen en luidkeelse wil. En ik had geen idee hoe ik daarmee om zou moeten gaan.

Ondertussen zit ik er middenin: Minimossel zit in die alom gevreesde levensfase. Ook wel eens de Terrible Twos genoemd. De peuterpuberteit. Ik ben twee en ik zeg nee.

En och, wat valt het me mee. Ik geniet zo van mijn kleine man. Hoe hij me elke dag opnieuw de oren van het hoofd praat. Hoe hij zo nieuwsgierig is en altijd alles wil weten. Hoe hij zijn levendige fantasie in zijn spel verwerkt. Hoe hij laat zien dat hij met heel zijn hart van ons houdt, door ons spontaan knuffels en kusjes te geven. Hoe hij elke dag opnieuw stralend verkondigt dat Garnaal 'een klein, lief schatje' is. Hoe hij stilaan zelfstandiger wordt en graag veel zelf wilt doen. Hoe ik hem steeds beter leer kennen, en stukken van mezelf en Mosselman in zijn karakter herken.

Ik vind twee jaar een geweldige leeftijd. Natuurlijk is Minimossel wel eens dwars, natuurlijk zijn er periodes waarin het allemaal wat minder gaat en natuurlijk is er af en toe een dramatische huilbui omdat iets echt niet mag of kan.

Maar wat mij betreft is het allemaal overroepen, die peuterpuberteit. Of zou ik gewoon echt een lieverd hebben?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen